
9 juli Nieuwpoort-Fecamp
Geweldig, de wind is gedraaid en de voorspelling is een 5-6 Bft uit het NW. Zeilen dus! Omdat Merak nog niet goed ‘ingeschommeld’ is, geven we hem ’s ochtends voor vertrek een pilletje tegen zeeziekte.
Het is een bewolkte dag en met ruime wind vertrekken we vroeg uit Nieuwpoort. Er staat een flinke bries met af en toe een klein buitje; we zeilen halve wind richting Calais. Het reven wordt deze ochtend goed geoefend. Rif erin, rif eruit en dat meerdere malen, want de wind is niet echt constant. Toch fijn dat dit met ons schip ook met ruime wind kan en je niet altijd hoeft op te loeven. Als er wordt gereefd komt Merak met zwabberende pootjes meegelopen naar de mast om te kijken wat daar allemaal gebeurt. Hij wordt toch wel een beetje ‘dronken’ van zijn pilletje, de volgende keer zullen we hem maar iets minder geven.
We halen in de loop van de ochtend een hele vloot zeilschepen in. Sortilege is volgeladen en loopt toch zo’n 8 knopen door het water! Na de Cap Griz Nez te hebben ‘gerond’ neemt de wind af en hebben we achterlijke wind. We hijsen onze Truus (een soort halfwinder) en maken goede voortgang.
De zee is prachtig en we spotten onze eerste Jan van Genten. Prachtig!’s Nachts trekt de wind flink aan en we surfen van de golven af. We krijgen enkele forse buien over ons heen en zeilen inmiddels flink gereefd en met een deels ingedraaide fok zo’n 7,5 knoop door het water. Het schiet dus wel lekker op. Inmiddels begint er een behoorlijke zeegang te staan en op zee is het werkelijk aardedonker. We komen geen enkel schip tegen (of zien we ze gewoon niet?)
Wat echt heel mooi is, is de lichtende zee (door de zeevonken) in deze superdonkere nacht. In het donker zie je alleen lichtgevende schuimkoppen en het spoor dat het schip door de golven trekt.De golven worden hoger en warrig, waardoor de stuurautomaat het helaas niet meer aan kan. We sturen om en om met de hand. Dan ineens ”kedeng“ (nee Guus Meeuwis was er niet bij); een ongeplande gijp. Ja, dat krijg je met die watjes die niet tegen water kunnen. Gijs wilde z’n ‘capuchonneke’ opzetten omdat het flink begon te regenen en zat dus even niet goed op te letten……dat had ‘ie beter niet kunnen doen. Ondanks dat er bulletalies stonden was het toch een ongekend harde klap. Bezaanzeil er maar afgehaald want hard genoeg gaat het toch wel. In ieder geval nog maar 1 zeil om in de gaten te houden. Inmiddels heeft Gijs ook zijn handschoenen aangedaan (dit keer zonder het stuurwiel te laten schieten) want de regen komt als hagelstenen naar beneden. We ritsen de buiskap dicht, zodat we een soort doghouse hebben.
Maar, ondanks het weer is het werkelijk prachtig zeilen. Onze Merak slaapt het grootste gedeelte van de nacht en wij slapen om en om een paar uur.’s Ochtends wordt het droog en we kiezen ervoor om niet tegen het tij in naar Cherbourg te varen, maar Fecamp binnen te lopen. In minder dan 24 uur hebben we zo’n 140 mijl gezeild.
De harde klap in de nacht kwam van de giek van de bezaanmast zien we later. De bulletalie stond strak maar door de kracht is het rvs-beslag van de giekophouder vervormd en staat de giek scheef gedraaid op de mast. Weer een klusje erbij dus.
11 juli Fecamp-Cherbourg.
We hebben een mooie zeiltocht tot Pte de Barfleur, daar viel de wind weg, en de laatste mijlen varen we op de motor.’s Nachts lopen we Cherbourg binnen om in de voorhaven te ankeren. Voor het eerst met ons nieuwe spade-anker. Voor vertrek gekocht en nog ongebruikt.
We zoeken een ankerplek, Gijs laat het anker zakken en viert extra ketting uit. ”Zet de motor maar in z’n achteruit“, zo gezegd, zo gedaan. Helaas….het anker heeft geen grip. We halen de ankerketting binnen en varen naar een ander plekje. Van hetzelfde laken een pak. Terwijl de ketting binnengerateld wordt komt er ineens een schaduw bovenwater, zaklamp erbij om te zien wat het is. Wat is dat? Door de vorm lijkt het wel een lijk. Nou nee hoor, het is slechts een bos zeewier waar je half Ethiopië van te eten kunt geven.
We zijn lang bezig al het wier van het anker te krijgen. En proberen het nog een aantal malen. We hebben het idee dat we de haven van wier aan het ontdoen zijn, want iedere keer vissen we megaladingen wier op en zijn lang bezig met verwijderen. Het is een fijnmazige substantie, als een visnet.
We hebben geen zin meer om voor bagger c.q. wierschip te spelen en balen ondertussen flink dat het spade-anker niet houdt. Het anker voor alle soorten grond en wier, zegt Gijs, die in staat is om het in te pakken en terug te sturen. Ondertussen is het halfdrie en we gaan de haven maar in. Merak blij, want hier is het grootste ‘hondenuitlaatveld’ dat hij zich maar wensen kan en nog wel direct aan het eind van de steiger, omrand met dadelpalmen, yucca’s en lavendel.We blijven een dagje, rommelen een beetje aan boord, broodje bakken etc. en gaan de stad in.’s Avonds nodigt onze buurman, Andries die met een vriend onderweg is naar Camaret waar hij zijn boot voor het seizoen neerlegt, ons uit om te komen eten. Leuk! En een erg lekkere pasta gegeten.
12 – 18 juli Granville –St Malo - St Quay Porttrieux
Met een mooie wind en fantastische zeegang gaan we door de Race of Alderney richting zuiden. De windvaan erop en ‘it’s a piece of cake’.
Voor de kust zien we onze eerste dolfijnen! Yes! Voordat het fototoestel gereed is zijn ze echter al weg. Tsja, er zullen er vast nog wel meer op ons pad komen.Om half een ’s nachts stoppen we in Granville, een authentiek vestigingplaatsje aan de Bretonse kust.’s Ochtends gaan we nog even boodschappen doen en in de stad worden we vanege Merak meerdere malen op straat aangesproken. Allemaal enthousiast over ‘le lévrier’.
Hoe toeristisch het ook is, St Malo blijft leuk en we blijven er 2 dagen. Er is veel te doen; vrijmarkt, optredens van straatartiesten etc. en natuurlijk het vuurwerk van 14 juillet. Omdat we verder de Bretonse kust nog niet kennen, willen we een beetje langs de kust hoppen. De volgende dag zeilen we naar St Quay Portrieux en komen langs mooie ruige rotsen. We vangen weer een heerlijke makreel voor het avondeten en gaan voor anker tussen de rotsen in de buurt van het plaatsje. Het stroomt flink, maar dit keer pakt ‘de spade’ in 1 keer. Mooi. Bootje opblazen en met Merak naar de kant. Het waait zo’n 4-5 Bft en de bijboot stuitert naast onze boot flink op de deining. Gijs gaat in het bootje zitten om de buitenboordmotor aan te pakken, wordt door een iets grotere golf vanaf het bankje op de vloer gelanceerd, en krijgt nog een lading water mee. Zo…. die zit.
Als uiteindelijk het bb-motortje erop bevestigd is, vraagt Paula of Gijs de roeispanen nog mee wil nemen. ”Nou, ja..doe maar ”, ..en dat was maar goed ook!
Het motortje loopt, Merak in de boot en varen maar. Paula gooit het bootje los en hoort Gijs ineens roepen: ‘hij gaat niet in z’n vooruit!’. Door stroom en wind verdwijnt het bootje snel. Paula moet er wel om lachen (Gijs drijfnat en op drift) en roept: pak die spanen en roeien! Gijs, nog druk doende het motortje wel in zijn vooruit te krijgen, heeft niet door dat ‘ie straks, als hij niet snel begint te roeien, een stipje aan de horizon zal zijn.
En dan begint Gijs fanatiek met roeien. Heeel langzaam komt hij steeds weer iets dichter bij de boot. Die heeft z’n fitness training wel weer gehad voor vandaag!Jammer voor Merak, die moet nog even wachten.De volgende ochtend wordt het euvel gevonden. Versnellingsbakje is prima, het blijkt dat de breekpen van de schroef is gebroken. Nieuw pennetje erin en Merak kan eindelijk naar een strandje om te worden uitgelaten.
Lézardrieux
’s Middags varen we binnendoor langs île de Bréhat naar Lezardrieux. Een echt schitterende relaxte tocht. Azuurblauwe lucht, mooie zee en een ontroerend mooi landschap.We genieten volop.
Een toepasselijk lied van Georges Moustaki schiet ons te binnen.(Nous prendrons le temps de vivre, d’être libre, mon amoursans projets, sans certitudes,nous pourrons rêver nôtre vie. etc…)
In Lezardrieux aangekomen willen we aan een mooring (meerboei) aanleggen. Na een paar keer steken, want door de stroming missen we de boei een paar keer, krijgen we hulp van een Nederlander die in een bijbootje aangevaren komt. Hij pakt het lijntje van ons aan en we liggen. Hij heeft ons in het blad Zeilen zien staan (Hee, dat is wel heel leuk!) en vertelt dat zij er al een dag liggen en van een meerboei naar de haven zijn verhuisd. De meerboei kost 22 euro per nacht, horen we. Tsja, dat vinden we toch echt wel te gek. ‘Ons Hollanders bent zuunig’ en we trekken het lijntje weer los. Dat doen we niet, dan gaan we ‘op eigen spijker’ liggen (om met de woorden van Hans Mombers te spreken).
Zo’n 80 meter verder gooien we het anker uit en we liggen zo vast als een huis. Gratis en voor niks. Met het bijbootje varen we naar de jachthaven en genieten van een lekker biertje in de zon.
Tréguier – Ploughman’ach
’s Morgens halen we het anker op om naar Tréguier te gaan. We varen de rivier af richting ile Bréhat. Het is windstil, prachtig weer en wat een rust. Heerlijk.
Dan ineens komt er een Belgisch motorjacht full speed langsgevaren. De gladde olieachtige zee wordt bruut doorbroken door de gigantische hekgolven. We kunnen ons amper staande houden en onze Merak stuitert helaas door de kuip heen. Kielhalen moesten ze!Bij Tréguier gaan we voor anker in de rivier op een mooie plek, vlakbij een rots.Tréguier is een schitterende karakteristieke Bretonse plaats en de moeite van een bezoek zonder meer waard. Leuk zijn de Bretonse (Keltische) namen die we zien.De wind waait west dan weer 5, 6 of af en toe 7 bft, en om verder te gaan moeten we West of Zuidwest. We blijven dus een paar dagen voor anker liggen.
Na 3 dagen begint het toch te kriebelen en lichten we het anker. Voorspelling Noord west 5. Terwijl we het anker ophalen vraagt de kapitein van een Engels schip dat langs ons vaart, waar we naar toe gaan. Ploughman’ach is ons antwoord. We varen de rivier af en zien het schip op de motor met grootzeil een eindje voor ons varen.Even later hijsen wij ons grootzeil en vervolgen onze slingerweg over de rivier. Helaas zien we korte tijd later dat het Engelse schip aan de grond zit. Boei gemist en op de rotsen van de ‘banc des Taureaux’ gelopen. Het is afgaand tij en met volgas proberen ze los te komen. Het is verschrikkelijk om te zien, maar helaas kan niemand wat doen zonder ook aan de grond te lopen.
De wind is niet noordwest maar west! We moeten er dus tegenin. Helaas staat de voorspelde deining (la houle) van 3 meter er wel. Nou leuk is anders! Een gigantische rotzee met schuimkoppen en windkracht 5 op kop. ’t Is maar 20 mijl dus…’s Middags neemt de deining behoorlijk af en wordt het leven aan boord weer wat aangenamer.We komen precies met hoogwater bij Ploughman’ach aan. Merak rook al lang van te voren land en staat in het gangboord te turen naar de rotsen.
Wat is Ploughman’ach mooi om aan te varen! Een soort roze gekleurde granietrotsen waar je tussendoor vaart, langs een vuurtoren en een kasteel op een rots, om in de havenkom te komen.We krijgen van de havenmeester een meerboei aangewezen en zetten onze bijboot overboord.Merak’s aandacht is echter gewekt door de boot die langszij is gekomen. Waar stokbrood, worst, kaas en andere lekkernijen worden uitgedeeld.
Dufour for sale?
De volgende dag monteren we de strandwielen aan de bijboot, scheelt een hoop sjouwwerk en maken we een wandeling over de kop van het schiereiland langs al die mooie rotsen, strandjes en baaien.
Als we terugkomen blijkt dat we onze bijboot (die inmiddels MT –Merak taxi- of doggy-dinghy heet) niet voldoende hoog aan land gezet hebben….. Hij ligt dan wel vast, maar we moeten (nog net niet tot aan ons middel) in het water om bij de boot te komen. ”Duikbrilletje, Gijs, om de boot los te maken?“ Nou nee, dat nog net niet. Merak komt aanzwemmen, maar gaat de verkeerde kant op. Uiteindelijk pakken we ‘m maar op en zetten ‘m in de boot. (Hij is soms toch wel erg blond…maar o, zo lief).
We hebben nieuwe buren gekregen en een van de opvarenden is een echte Dufour fan. ”I want to buy your boat and I’m serious!“ Leuk voor het aanbod, maar….. ”nu even niet“. (We krijgen later toch nog een briefje met naam en gegevens toegestopt).Aan het eind van de dag gaan we nog even aan land om boodschappen te doen. Het is eb en we varen met het bootje naar de dinghy-landing (aanlegplaats voor je bijboot). Paula en Merak stappen op de landing, maar Gijs vaart nog even weg omdat hij alleen in dieper water de strandwielen omlaag krijgt. Tsja….Merak z’n grote vriend in de boot ervandoor? Dat kan volgens onze hond niet. Hij er dus achteraan, over het drooggevallen deel van de haven, want het is eb. Binnen de kortste keren ziet ‘ie eruit als een varken. Tot aan zijn schouders zit ‘ie onder de grijze stinkende klei. Paula lacht zich rot, samen met enkele Fransen die aan het vissen zijn. Merak heeft inmiddels het water bereikt en zwemt naar de boot toe. Gijs heeft werkelijk nog niks in de gaten totdat Merak met z’n voorpoten om de boot gevouwen spartelt om erin te klimmen. De kleispetters vliegen alle kanten op. Gijs z’n witte poloshirt is inmiddels niet meer wit. Op de kant wordt gewed of het Merak wel of niet lukt om in de boot te komen. Niet dus!Nu de boot hoog op de kant staat gaan we de stad in. Met name ons ‘stinkend varken’ trekt veel bekijks….
Van veel wind ineens weinig of geen wind. We moeten motoren van Ploughman’ach naar L’Aberwr’ach.Onderweg passeren we île de Batz. Nu weten we waarom het zo heet. Batz, batzzz, batzzz doet onze boot bij het eiland. Er staat een gigantische knobbelige buts-zee, zelfs al is het windstil. Maar we lopen wel 11 knopen over de grond. Doordat het flink stroomt hebben we de 60 mijl in korte tijd afgelegd. Inmiddels is het gaan miezeren en lopen we L’Aberwrach in slecht zicht aan.We nemen dit keer een boeitje en hebben eigenlijk al meteen weer spijt als de havenmeester komt cashen. ’s Avonds krijgen we buren aan de boei. Engelsen en we wisselen wat gegevens uit over het weer. De navtex aan boord van onze buren is uitgevallen en ze vragen ons om informatie. Net als wij, willen ze door het chenal du Four bij île Quessant. We overleggen wat en besluiten de volgende dag om 06.30 uur te vertrekken, omdat er een frontje aankomt en dan zijn we het voor en hebben stroom mee in het kanaal.Regen, miezer, mistig, bah… maar we gaan als een raket door het Chenal du Four en zijn begin van de middag in Camaret en gooien het anker uit in de baai.
Camaret
Camaret is leuk, de kade met z’n gekleurde huisjes, volop restaurantjes en terrasjes. Het is prachtig weer geworden en we gaan ’s middags Camaret bekijken.Inmiddels liggen we hier nu 4 dagen, te wachten op de goede wind om de golf van Biscaje over te steken. Het eerste front is de 1e nacht overgetrokken en zorgde voor veel wind (6-7 Bft) en een hoge deining. Het anker hield goed, alleen hadden we zelf wat moeite om te slapen door de gigantische deining. Het regent al 3 dagen aan een stuk en de laatste nacht is de deining minimaal en we slapen heerlijk. We doen ons tegoed aan een maaltijd van zelfgekochte oesters, garnalen, amandes en kreukeltjes. Een luxe maaltijd voor 3 euro per persoon, mmmmm
We komen de Engelsen uit L’Aberwr’ach tegen en maken een praatje. Zij hebben niet hoeven te betalen voor de overnachting daar en staan erop ons de helft van het liggeld te betalen! Erg tof!s Middags gaan we naar Camaret voor een paar boodschappen, tussen de buien door. Hoewel, eenmaal aan land aangekomen krijgen we een hoosbui over ons heen en het blijft regenen. Er vormen zich zelfs riviertjes op straat. ‘s Avonds hozen we 50 liter water uit onze bijboot!We klussen wat aan boord, draaien een wasje (dat binnen echt niet droog wordt!) en ordenen de kaarten.
De weervooruitzichten zijn goed, vanaf 29 juli westen- en noordwestenwind, windkracht 4, in de golf van Biscaje gedurende een aantal dagen. Dat klinkt beter dan de voorgaande windkracht 5/6 met zware windstoten en dan nog uit de verkeerde richting.
Op naar Spanje dus.