
Gallicië
We zijn een aantal dagen in La Coruna gebleven; het is er leuk en gezellig met vertrekkers uit veel verschillende landen. Ieder met zijn eigen verhaal en zijn eigen plannen.
In Coruna doen we nog wat klusjes, waaronder het genuaprofiel maken. Het bovenste profiel is losgeschoten en het zeil zit er volgens ons niet goed in. Dat moet er dus af. Met hulp van onze buren takelen wordt Gijs in de mast getakeld en het zeil kan eraf. Het genuastag moet strakker worden gezet en we krijgen hulp van onze Franse buurman. Een ervaren zeerot die al 14 jaar met zijn boot rondtoert. Hij begint meteen over ons spade-anker, heeft er zelf ook 1 (en dat schept een band hè., ha ha). Na een aantal uren (dom genoeg op het heetst van de dag) wordt de klus geklaard. We brengen er nog een paar gezellige dagen door. Coruna is een gezellige stad met een oud centrum, leuke straatjes, mooie parken en altijd wat te doen. De avond voor we besluiten om weg te gaan is er ter ere van Ste Maria Pieta nog een groots spektakel vuurwerk, dat we vanuit onze boot bekijken. De volgende dag is er goede wind voorspeld en we vertrekken.
Corme / Camarinas
Er staat weinig wind en we zetten het grootzeil en de halfwinder. Binnen een uur waait het zo hard dat deze er weer af moet. ‘Onze Truus’ had zin in een bad dachten we, want ondanks verwoede pogingen kwam een groot deel van de halfwinder in zee terecht. Na wat gesjor lukte het om truus binnen te halen en hebben we haar meteen maar goed opgeborgen. We zeilen verder met een gereefd grootzeil en een gereefde genua. Het zonnetje schijnt en er staan hoge golven; sommige rollen onder de boot door. Prachtig.
Zo’n 5 mijl voor Corme, komen dolfijnen met ons mee zwemmen. Het water is helder en we zien ze in de hoge golven naast de boot aankomen. Af en toe springen ze eruit. Onze Merak vindt het prachtig en wij ook!We varen Corme binnen. Een heel klein baaitje met het helderste water dat we tot nu toe hebben gezien en we gaan er voor anker. Er staat nog even zo’n 30 knopen wind, maar we liggen als een huis.
De volgende dag vertrekken we naar de Ria de Camarinas. We zetten zeil, maar binnen 1 ½ uur zitten we in dikke mist en hebben geen wind meer. Helaas zien we dus weinig van de kust, maar in de Ria de Camarinas hebben we iets meer zicht. Het is er mooi. Het water is helaas heel vies, dus van zwemmen komt niet veel. In Camarinas komen we de Zeebeer uit la Coruna tegen: gezellig!Het dorpje met de gekleurde huizen ziet er prachtig uit en we blijven nog een dag om wat van de omgeving te zien. Het is er erg arm. In het deel waar geen bestrating is, maar waar de wegen uit zandpaden bestaan, komen we een paar wasplaatsen tegen, waar we mensen de was zien doen. We hadden niet verwacht dat dat hier nog buiten zou gebeuren. We wandelen langs de rivier naar het volgende plaatsje en zien hier het verschil tussen arm en rijk. Grote villa’s oprijlanen, veel grond en camerabewaking.

Portosin
Na een paar nachten in Camarinas gaan we op weg naar Portosin in de Ria de Muros.Ook hier is het mooi en de zonsondergangen doen soms denken aan Japanse schilderijen. Bergachtig landschap, kleurschakeringen van grijs en groen met een rood/oranje zon die langzaam achter de bergen verdwijnt.
Gezwommen wordt er dit keer wel; door Paula dan. Maar niet vrijwillig! Merak was net uit geweest en terwijl Paula de boot wilde pakken en op een glad rotsblok stond sprong Merak al in de bijboot. Boot drijft af, evenwicht weg en plons! ’s Avonds haalt Merak (volgens ons met veel plezier) hetzelfde trucje met Paula nog een keer uit (maar dit keer op het strand) en hangen er die dag 2 lange broeken en T-shirts te drogen.

De volgende dag bezoeken we het plaatsje en besluiten er wat te eten. Bonito en Gamba’s. Errug lekker. Terwijl Paula de een na laatste gamba begon af te pellen, was het ineens spletsj! (dit keer geen plons) maar shirt en broek onder de roze smurrie. Paula: ”Hoe kan dat nou, het leek wel of ‘ie ontplofte“. Gijs: ”ja, ik dacht al dat het een Al Qaida-garnaal was, dat rugzakje, die Palestijnse sjaal……, d’r had je toch een licht op moeten gaan“.
Tsja, Spaanse zon, haar dat steeds blonder wordt….we zijn benieuwd wat Portosin nog meer brengt. Hier merken we voor het eerst dat onze ‘perro’ (Merak dus) niet echt welkom is. Onder andere het clubhuis van de watersport vereniging mag hij niet in.
Ria de Pontevedra
De derde dag staat er een mooie wind. Zonde om voorbij te laten gaan vinden we en we vertrekken om een lekker stukje te zeilen. Het is helder weer, lekker warm; perfect dus! We willen naar Porto Novo. We tanken diesel en water in de nieuwe haven van Sangenjo en horen hier dat er 120 boten aankomen die aan een race meedoen, aangezien we geen zin in zo’ n drukte hebben besluiten we verder te gaan. Op de Ria de Pontevedra blijkt alles zo dicht bij elkaar te liggen dat we de laatste paar mijl naar Combarro maar doorvaren. Vlak voordat we er zijn zien we dolfijnen. Hoe is het mogelijk, zover de baai in en in zulk ondiep water! We zien een paar schepen voor anker liggen en kijken even met de verrekijker waar wij dan naar toe zullen gaan. Nadat we allebei de verrekijker in de hand hebben gehad, zeggen we tegen elkaar: ligt daar de Fiddlesticks???? En jawel hoor, als we dichterbij zijn zien we dat ze het toch echt zijn! Wat leuk om Hans en Anja hier tegen te komen. We hadden gedacht ze op Madeira of zo pas te zien! Ondertussen zwemmen er weer een aantal dolfijnen langs en komen Hans en Anja in de bijboot aangevaren.
Geweldig leuk, lekker ‘bijkletsen’ en we gaan een hapje eten in de stad.
Combarro is een van de oudste plaatjes van Spanje. Het oude deel bestaat maar uit een paar straatjes, maar het is echt mooi. Er staan overal kleine huisjes op palen naast de huizen. Deze huisjes waren bedoeld voor graanopslag en staan op palen zodat de muizen en de ratten er niet bij kunnen.
Met Hans en Anja van de Fiddlesticks gaan we met 2 bijbootjes een dagje naar Pontevedra. Zo’n 50 minuten de rivier opvaren (voor ons dan, want wij hebben weinig PK’tjes achter het bootje).
Het is een bloedhete dag, dat merken we wel in de stad, want we slenteren van terrasje naar terrasje. 34 graden in de schaduw; dus meer dan slenteren is niet slim om te doen. Pontevedra is een moderne stad met een oud centrum en er zijn in het stadion stierengevechten. Er is behoorlijk wat volk op de been; groepen in groene shirts, oranje, shirts, roze shirts etc. met teksten en printjes van dolle stieren. Diverse muziekjes door de straten en er wordt gezongen en gedanst. Het lijkt wel carnaval! Eind van de dag motoren we terug naar onze boot en zo’n mijltje voordat we er zijn, krijgen we wind tegen golven. We zijn werkelijk tot op ons ondergoed toe nat; wat een buiswater! Tsja, met een paar pk’tjes meer heb je dat niet, want dan stuiter je zo over die golven heen. We vonden het niet erg, want je koelt wel lekker af na zo’n warme dag!Als we terugkomen liggen er nog 2 Nederlandse schepen in de baai. ”Gaat heen en vermenigvuldigt u, lijkt het wel’. We maken kennis met de Kind of Blue en de Salu die ook en route zijn.
In Combarro moeten we toch nog een klusje klaren, want ons onderwaterschip is in korte tijd dat de boot in het water ligt flink aangegroeid. Er zit een baard op het schip van hier tot Tokyo. We zijn 2 dagen bezig om de alg eraf te krijgen. Doordat we een maandje op zoet water hebben gelegen is op de coppercoat een laagje gekomen. Dé voedingsbodem voor alg. Nadat we het eraf hebben gehaald (met duikpakken aan, want het water is werkelijk veel te koud om lang in te blijven liggen) en de coppercoat hebben opgeschuurd/geactiveerd moeten we er voor vele maanden vanaf zijn (hopen we).Vermoeiend werk zo onder water, maar je hebt wel eer van je werk!
Isla del Faro
We varen na 4 dagen af naar Isla del Faro een eilandje van de Islas Ceis groep voor de ria Pontevedra. Het is een natuurreservaat. Als we er aankomen ziet het er anders uit dan we verwacht hadden. Veel dagjesmensen die met een Ferry overkomen en een drukke ankerplek. Maar het eiland is prachtig. Merak vindt het ook geweldig en rent heerlijk over het strand. De volgende dag maken we met Hans en Anja een wandeling over het eiland en besluiten om ergens een hapje te eten. We worden aangehouden door een parkwachter, die ons vertelt dat het verboden is voor honden op het eiland. Helaas. We stallen Merak dan maar even op de boot en varen later wel af. Tegen de tijd dat we Merak op de boot geparkeerd hebben is de keuken van het restaurant dicht, Nada, niente, niks lekker eten. We varen af naar Cangaz in de ria de Vigo. Het waait ondertussen hard, maar in de baai liggen we mooi beschut voor anker. Het uit eten gaan met zijn vieren is toch nog gelukt, want ’s avonds eten we heerlijk onze buiken rond bij de Spaanse Chinees.
Vigo Baiona
Op 18 augustus vertrekken we vroeg naar Vigo. Vigo hebben we ondertussen betiteld als het walhalla voor zeilers, ha ha. Daar start in oktober een etappe van de Volvo ocean race, dus moeten ze daar wel van alles hebben. Onze mast zullen we daar rechtzetten en de verstaging trimmen. De vuilwaterpomp maken, een zeilstopper kopen, rvs kopen, de kuipvloer afkitten etc etc.
Het is een klein stukje vanuit Cangaz naar de overkant, en we gaan tegen de wind in op de motor. Het waait bij vertrek bijna niet maar binnen een half uur hebben we tussen de 30 en 40 knopen wind op de meter en we worden behoorlijk nat. De ingang naar de haven van Vigo is erg smal en de haven is erg vol. Niet handig, en weinig plek om te manoevreren, dus gaan de Sortilege en de Fiddlesticks naar Baiona. Voor de lap met een schitterend zonnetje.
In Baiona is de haven vol en we ankeren in de baai. Met het bijbootje naar de kant, en daar wordt je ook erg nat van! De volgende keer maar een paraplu als spatscherm meenemen….
Baiona heeft een oud centrum met gezellige straatjes, eettentjes en cafetjes, lekkere ijsjes, erg leuk. Inmiddels zijn er diverse bosbranden ontstaan op de heuvels om ons heen, en de blusvliegtuigen en helikopters vliegen af en aan. We blijven een paar dagen voor anker liggen en zien ze naast ons tanken en opstijgen. Er hangt een mist van rook over de baai en de boot zit van voor tot achter onder de as. Triest toch dat al die natuur in rook opgaat.
In Baiona maken we kennis met verschillende vertrekkers en gaan een paar dagen de haven in. Dit om wat dingen te kunnen herstellen, te wassen e.d. Hans en Anja komen helpen met de verstaging en na het juiste onderdeel gevonden te hebben, staat onze mast weer achterover in plaats van voorover en staat het genuastag eindelijk goed. (Met heeel veel dank aan Hans!). Onze chefkok (Gijs) kookt een lekker maaltje en we krijgen later nog bezoek van de Fly Away en brengen met z’n allen een gezellig avondje door. Wat een heerlijk leven is dit toch.