
Portugal tot Porto Santo (Madeira archipel)
LissabonNa een aantal dagen in de baai van Cascais te zijn gebleven, varen we 10 september uit richting Lissabon (The city of the 7 hills). We varen de Rio Tejo (de Taag voor ons Hollanders) op, helaas op de motor want het is een windloze dag. We komen langs de beroemde Torre de Belem en het grote Christusbeeld, waarvan een kopie te vinden is in Rio de Janeiro (of is het andersom?).We gaan het Alcantara Dok in en blijven er 3 dagen. We komen hier de Fly Away weer tegen en de Sula of Falmouth.Samen met Merak trekken we erop uit en bekijken de stad. Met een trammetje uit 1913 willen we 1 van de heuvels op richting centrum. Na veel heen en weer gepraat mag Merak mee, maar wel met een muilkorfje op. Dat vindt ’ie niet echt leuk. Na 10 minuten zijn we op het eindstationnetje en wordt Merak van zijn muilkorfje bevrijd.
Lissabon is mooi, levendig en zonder meer een gezellige wereldstad. Het is wel bloedheet en zelfs ’s avonds vallen de mussen nog dood van het dak, bij wijze van spreken dan. En…. we komen hier ook echt ongedierte tegen. Als Paula langs de kade van het dok loopt met Merak, ziet ze ineens een kudde kakkerlakken haar richting uit komen. Wegwezen dus, want op deze jongens zitten we niet te wachten.
Richting Sesimbra willen we, verder naar het Zuiden want we moeten op 22 septemer in de buurt van Faro zijn. Als we uit varen staat er een prachtige wind en met een koersje plat voor het laken varen we met zo’n 6-7 knopen de rivier af. We genieten van de wind, de zon en het uitzicht. Tot op een bepaald ogenblik een hoop geschreeuw en getoeter ons ter ore komt. Wat blijkt: we varen recht in een ‘vissersfuik’. Een 6-tal bootjes ligt in een soort U-vorm, midden op de rivier, met een groot net tussen zich in en wij varen gezellig ‘het u-tje’ binnen. We gijpen en maken dat we wegkomen.
Sesimbra
Slechts een paar mijl vanuit de kust varen we en kunnen de rotspartijen goed zien, prachtige grotten met opspuitend water. Als we rond 19.00 uur Sesimbra binnen lopen staat er nog een hele warme, harde wind. Het zal de Levante wel zijn. In de beschutte voorhaven gooien we het anker uit en roeien met Merak naar het strand. Wat hem in ieder geval beter bevalt dan Lissabon stad. Hij gaat even helemaal uit zijn dak.De volgende ochtend worden we wakker en zien dat de haven afgesloten is door een cordon van vissersboten en kleine bootjes. Een staking van ontevreden vissers over bepaalde tarieven. Blij dat we voor anker liggen, want wij willen vandaag door richting Sines en liggen in ieder geval niet ingesloten.
Na het ontbijt willen we het anker ophalen, maar het zit vast! Een aantal vissers ziet onze verwoede pogingen om weg te komen en schiet te hulp. Met 2 bootjes proberen ze de ketting weg te trekken en zo het anker los te krijgen. Helaas lukt het niet, maar we bedanken ze wel voor alle hulp. Enige optie die nog overblijft is duiken, want het is hier 10 meter diep. Paula trekt haar duikuitrusting aan en heeft binnen een mum van tijd het anker los. Het lag vast in een ketting met betonblok op de bodem. We zijn in ieder geval los en kunnen weer varen.
Sines
Er staat niet heel veel wind, maar we kunnen in ieder geval zeilen. In Sines aangekomen ankeren we in de baai. Sines, de stad waar Vasco da Gama is geboren is een klein, authentiek Portugees stadje dat op een heuvel gebouwd is. Veel steile trappen, steegjes en .... ook ontzettend veel cactussen. Op de hoek van de straat verkoopt een vrouw vijgen en cactusvruchten. Het verkoopt volgens ons niet echt, want de cactusvruchten kun je hier zo van de grond rapen en om dan 2,50 voor een kilo te betalen....?
Ondertussen hebben we kennis gemaakt met Jörg en Christiane van de April. Een zelfgebouwde stalen gaffelgetuigde boot waar ze een aantal jaren mee weg willen. De April is niet in het bezit van een motor (bewuste keuze) en ze zeilt dus alleen uit als er wind is. We brengen een paar gezellige dagen met elkaar door. We praten wat over hoe en wanneer weg te gaan richting Lagos of Portimao en besluiten weg te gaan als het gaat waaien. En jawel, om 3 uur ’s middags steekt er een briesje op en we hijsen het zeil en lichten het anker, net als de April.
Portimao
We varen samen op richting Portimao, maar verliezen elkaar na een aantal uren uit het oog. Wij gaan met de halfwinder wat harder.We hebben het er net over met elkaar dat we zo lang geen dolfijnen hebben gezien, en jawel hoor, binnen een kwartier hebben we een schooltje om ons heen. Wat zijn het toch een prachtige dieren. Het gaat harder waaien en we halen de halfwinder eraf, die we wederom niet droog kunnen houden. (Onze ”truus“ wil blijkbaar altijd zwemmen!) en varen door met een rif en de genua. Het is een prachtige nacht, schitterend maanlicht en een mooie zee. Bij de Cabo Vicente is de zee warrig en zijn de golven veel hoger, maar we zeilen lekker door. Na zo’n 16 uur gezeild te hebben langs een kust die rotsachtig en rood is, zijn we in de Algarve en gaan we voor anker bij Portimao.
Puur toevallig komen we, als we aan land gaan Annemarie en Arjen van SY de Zeebeer tegen. Een leuk weerzien na elkaar voor het laatst in Portosin gesproken te hebben.Portimao is toeristisch, er lopen erg veel bleke en roze gekleurde Engelsen rond en het barst er van de winkeltjes die emmertjes en schepjes verkopen. Aan ons niet echt besteed. We trekken op met de bemanning van de April en gaan met het bijbootje naar het plaatsje Ferragudo tegenover Portosin. Een verschil van 100 jaar met Portimao-beach! Geen flatgebouwen en hotels, maar een prachtig stadje met mooi geschilderde huisjes en een warrig patroon van straatjes.

We komen op een leuk pleintje waar je opa’s en oma’s met kinderen en kleinkinderen ziet en gaan er ook zitten. Merak gaat een paar keer per dag met de ‘doggy-dinghy’ naar het strand en vermaakt zich, net als wij, opperbest. Op het strand vinden we overigens schelpen en kleine fossielen. (Weer extra gewicht voor de boot...).Omdat de moeder van Gijs binnenkort aan boord komt, willen we door richting Faro. We nemen afscheid van de April, zeilen vanaf de ankerplek weg om op pad te gaan naar Albufeira.
Albufeira
We zeilen en motoren deels langs de rode kust. Het is weer een extreem warme dag met in de middag geen of weinig wind. We ankeren bij voorkeur, want dat scheelt natuurlijk een berg kosten. Bij Albufeira ankeren we vlak voor de haven. We hebben uitzicht op het overvolle strand en het tegen de heuvel op gebouwde plaatsje. Er staat een behoorlijke deining, die langzaam toeneemt. We koken, maar er blijft niets op het aanrecht staan. De borden worden vanaf tafel zowat in onze schoot geworpen en de glazen overleven puur door onze vangkunst. Een goede nachtrust zullen we niet krijgen. Na twee uur slingeren hebben we er genoeg van en gaan de haven in. Een nieuwe haven met appartementen in zuurstokkleurtjes langs de kades. Er is volop plek en de haven is veel goedkoper dan we dachten.
Olhao
Vanaf Albufeira kunnen we perfect zeilen naar Olhao. Van rotsachtig wordt de kustlijn nu ineens plat. Olhao ligt vlak bij Faro (waar de moeder van Gijs overmorgen arriveert en een weekje bij ons aan boord komt) en bevindt zich in een prachtig Delta gebied met slikken en gorzen, waar het heel beschut (en deiningvrij) ankeren is. We zien veel ooievaars, witte reigers en andere watervogels.
We varen het haventje van Olhao in. Het is een privé-haven, niet bedoeld voor bezoekers, maar we horen van anderen, dat het gedoogd wordt als je er ligt. Soms worden er wel boten, die er al een hele tijd liggen weggestuurd. We liggen er kosteloos; geen water, geen stroom maar dat hebben we ook niet nodig.Olhao is nog niet zo’n toeristisch plaatsje, er is geen strand, dus vind je er ook geen hotelflats. Een schitterend oud centrum, 2 grote markthallen aan de kade (waar we werkelijk onze ogen uitkijken naar alle heerlijke groenten, verse vis en vreemd uitziend vlees) en leuke terrasjes, waar we blij verrast zijn door de prijzen. (Een pul bier van een halve liter voor 1,30 en een Espresso’tje voor 50 cent of een cappuccino voor slechts 85 cent). Het is een drukke, levendige, nog echt Portugese plaats en er hangt een geweldige sfeer. Voor ons is Olhoa met stip bovenaan de lijst van ‘best to be visited’ gekomen.Op 23 september halen we de moeder van Gijs op in Faro. Ze heeft heerlijke chocolade, ontbijtkoek, drop en....een aantal pakken Hollandse koffie!!! meegenomen. Fantastisch!
Vila Real de Sto. Antonio
We blijven nog 1 ½ dag in Olhoa en vertrekken dan naar Vila Real.
In het Deltagebied komen we de April nog tegen, maar wij gaan verder en zetten zeil voor Vila Real aan de Rio Guadiana, de grens met Portugal en Spanje. Het is mooi weer en er zit goede vaart in.
Vila Real is klein, met statige gebouwen en ligt aan het begin van de Rio Guadiana, een mooie rivier die mijlen ver landinwaarts gaat en waar veel ‘yachties’ overwinteren.
Met een huurauto bezoeken we gedrieën (met Merak erbij met z’n vieren) gedurende een 4-tal dagen het achterland. Gelukkig met airco want het zijn af en toe echt bloedhete dagen. We rijden langs de rivier door een afwisselend zeer kaal en dan weer groener landschap naar Alcoutim aan de prachtige rivier. En gaan dan verder de bergen in naar Mertola. We komen langs kleine plaatsjes in de Algarve, waar bijna elk stadje in dit bergachtige gebied zijn eigen kasteel of fort heeft. Verder is het er wijds met weinig of geen bebouwing. Dorpjes van soms 4 huizen en dan houdt het wel op.
Gijs’ moeder neemt ons mee uit eten in Vila Real en we blijken bij Manuel uit Fawlty Towers terecht gekomen te zijn. Hij zegt nog net niet dat ‘ie ‘from Barcelona’ is, maar spreekt en loopt op dezelfde manier. Hij verlaat ook achterwaarts buigend ons tafeltje, zich verexcuserend op velerlei manieren voor een bepaald gerecht dat er niet is. Gijs vraagt zich af wanneer de rat tevoorschijn komt…….Het is een warme avond en we vermaken ons prima.De dagen erna brengen we een bezoek aan Monchique, waar de moeder van Gijs een nieuwe vriend heeft gevonden (zie foto…en… het was niet de ezel!) en waar prachtig Portugees aardewerk verkocht wordt. Ook Tavira en Faro en Martim Longo worden door ons met een bezoek ‘vereerd’. Martim Longo, hoog in de bergen valt tegen, maar de omgeving is prachtig. Silves met zijn mooie mozaiekstraatjes was ook zonder meer de moeite waard. Op de weg terug naar Vila Real komen we door een natuurgebied, prachtig! Er zijn veel ooievaars, reigers en flamingo’s.
’s Avonds genieten we nog een aantal keer van heerlijke Portugese visgerechten, waaronder tong, robalo en peixe pescado, een grote langwerpige vis (heek). Na een gezellige week nemen we in faro afscheid van Gijs’ moeder en keren we terug naar Vila Real.
De laatste dagen worden we werkelijk lek gestoken door de muggen; tijd om te gaan dus, vinden we.
Vila Real – Porto Santo (Madeira archipel)
Maandag 3 oktober om 10:30 uur vertrekken we uit Vila Real voor zo’n 520 mijl naar Porto Santo. Weersvoorspelling Oosten of Noord-Oosten wind, kracht 3-4, met kans op zuidelijke wind eind van de week. Koers 240 °. We gaan op weg met amper een windkracht 3, maar wel veel deining waardoor de boot flink rolt. Paula voelt zich doodziek en moet denken aan de Engelse buren in Vila Real. De buurman vertelde dat hij graag wilde uitvaren, maar niet wist of zijn vrouw wel mee zou willen. De vorige dag hadden ze in zo’n deining (zonder wind) gevaren, en dat was zijn eega niet bevallen! ”My lady was not pleased, oh no, she was not pleased at all“. Paula was ook duidelijk ‘not amused’. Na een aantal uren en door zelf aan het roer te staan gaat het wat beter. De wind trek iets aan en het zieke gevoel is over.
De boot rolt niet meer, waardoor het leven aan boord aangenaam is. Goed slapen, gewoon kunnen koken en gewoon kunnen bewegen aan boord. Wat onze Merak ook prima vindt. Voor hem hebben we een speelhalfuurtje per dag ingelast. Beetje met de bal spelen, wat laten rennen over dek, voorzover het mogelijk is en veel laten slapen.

Het is heerlijk zeilen, meestal met de halfwinder of spinnaker en uiteindelijk maar zo’n 24 uur op de motor gevaren. ’s Avonds zijn er mooie sterrenhemels en hebben we tijdens onze wachten (3 uur op, 3 uur af) veel vallende sterren gezien. (Gijs blij dat ze niet op de boot vielen! )
We hebben een prima overtocht gehad, met maar 1 ‘akkefietje’: de spi-val brak de 2e nacht om 12 uur ’s-nachts. Paula schrok wakker van het ‘shit shit’ dat ze van Gijs hoorde uit de kuip. Onze spi in Braziliaanse kleuren was in een mooie vloeiende beweging naar beneden gekomen en had zich om de boegspriet en onder het schip gevouwen. Snel gaan bijliggen om verdere schade te voorkomen en met toch nog enige moeite de spi onder de boot uit kunnen peuteren! We varen door met een uitgeboomde genua en zetten de volgende ochtend de spi weer. Dit keer met een stalen val.
Onderweg krijgen we meerdere malen bezoek van dolfijnen. Het blijft leuk, vooral ’s nachts, dan is er veel zeevonk en trekken ze van die mooie lichtsporen! Oh, ja, toch nog een akkefietje! Gijs ving een tonijntje met de reel. Spartelen dat ‘ie deed (de tonijn dus). Met vereende krachten hebben we geprobeerd ‘m binnen te halen. Helaas werd het 1-0 voor de tonijn.
Vlakbij de Seine Seambank die vanuit 4 km diepte opeens tot 85 meter onder de zeespiegel oprijst, zien we een aantal zeeschildpadden en in de verte een walvis. Onze dag kan niet meer stuk natuurlijk.
Er staat een schitterende zee met een redelijk windje, waardoor we een gemiddelde hebben van 5,4 knopen per uur. Niet echt veel, maar genoeg om op tijd voor de depressie die Madeira nadert op Porto santo te zijn. De laatste nacht zetten we de motor bij want het waait erg weinig en de wind zal naar zuid gaan draaien. We motorsailen richten Porto santo en zien in de donkere nacht zo’n 60 mijl van te voren in het weerschijn van de onweersflitsen het bergachtige eiland opdoemen. Het hevigste deel van het onweer trekt gelukkig aan ons voorbij. Wel komen we in een enorme hoosbui terecht. De wind neemt toe, waardoor we het laatste stuk, tot in de baai voor Porto santo nog lekker kunnen zeilen. Onze levende have aan boord is overigens tijdens de tocht steeds verder uitgebreid met verschillende soorten ‘beesten’. De eerste avond ontdekten we een supergrote krekel aan boord die de sterren van de hemel tjilpte (letterlijk!). Dag 2 kwam er een libelle bij en een klein geel vlindertje. Geen idee wie achter wie aanzat! De ark werd gecompleteerd met een zweefvlieg. Ondanks dat we het idee hadden dat de krekel het niet zou redden, ondanks de bakjes water die we her en der onder de buiskap hadden neergezet, zijn alle dieren levend op Porto Santo aangekomen. Tsja, zegt Gijs à la Ma Flodder: ”het blijven natuurlijk je kinderen, maar op een gegeven moment moet je ze laten uitvliegen, hè“.
Terwijl we dit verslag uploaden raast er een flinke hoeveelheid wind over de Madeira Archipel. Hurricane Vince trekt voorbij op 34 N - 17 W langs en wij bevinden ons op 33.02 N en 16.2 W. Het is dus erg dichtbij. De kern is zo´n 60 mijl afstand van de haven waar we liggen en we pikken er nog een staartje van mee. Volgens de havenmeester is het 10 Bft geweest. We lagen prima beschut in de haven, dus geen centje pijn!
Tot het volgende verslag!