Van La Gomera naar de Kaap Verden

 

 Veel langer dan gedacht blijven we in San Sebastian op La Gomera. Ten eerste bijkomen van Delta en wat grote klussen doen voordat we aan de grote oversteek beginnen, maar ten tweede is het er ook erg leuk en gezellig. Moeilijk om weg te komen met al die ”bootjesmensen“ om je heen die dezelfde plannen hebben. We zoeken een smid om mastbeslag te maken voor de tweede spinnakerboom op de mast en dat lukt gelukkig snel. De watermaker wordt door Gijs geďnstalleerd, maar helaas kunnen we die in de haven niet testen, daar is het water te vies.Als we de laatste inkopen hebben gedaan van verse groenten en fruit is het zover.

 

Op 13 december gooien we de trossen ’s middags los om koers te zetten naar het eiland Sal op de Kaap Verden. We hebben d’r weer zin in, na 19 dagen op la Gomera!De weersvoorspelling is NE 4-5 Bft, bij de eilanden iets meer.

 

 

We vetrekken met niet al te veel wind, maar wel een flinke zeegang. Het is niet echt relaxt na zo’n 19 dagen in de haven te hebben gelegen! ’s Nachts hebben we veel wind en fikse zeeën en zeilen we met een dubbel gereefd grootzeil en 2/3 genua. Diezelfde nacht gaan we even erg schuin door een grote golf, hoewel, het leek eerder een groot gat… Wel zijn er 2 inktvisjes aan dek gespoeld, maar ja wat moet je daarmee? De volgende ochtend staan er zo’n 15 knoopjes wind en we zeilen voor het eerst met de passaatzeilen. (voor het eerst, omdat nu pas het beslag voor de 2e boom op de mast zit). Dit vaart echt heerlijk! De boot stuurt min of meer zichzelf, zodat onze windvaan ook ‘een vrije dag’ heeft. Na 24 uur hebben we bijna 160 mijl afgelegd, fantastisch!

Merak bevalt het voor de wind varen trouwens ook erg goed, want dan kan hij zich tenminste normaal bewegen aan boord. Toch staat ‘ie af en toe op het achterdek te turen naar land, maar ja, dat zal (helaas voor hem) nog even duren.

 

 

De tweede nacht is helder met een mooie volle maan (het wordt echt niet donker!), we hebben weinig wind, maar maken toch nog goede voortgang. In de ochtend neemt de wind weer toe en zetten we de bezaan, groot (1rif) en genua. Geen rare zeegang, de boot loopt lekker, de windvaan doet het goed en we vermaken ons prima.

Vandaag zijn we ook officieel in de tropen! We hebben namelijk de Kreeftskeerkring gepasseerd. Hoewel, tropen? We zitten in de kuip met lange broek+ fleece: het zal de tropenkolder wel zijn! Gijs kookt een lekker maaltje en we kijken samen naar de mooie zonsondergang.

In de derde nacht zeilen we halve wind en krijgen we een schooltje dolfijnen langs de boot, geweldig leuk. Helaas is in de ochtend de wind op en varen we een tijd op de motor. We maken er een gezellig warm dagje van. Een fruitdagje kun je wel zeggen, want alles wat we hebben gekocht wordt in 1 keer rijp. Echt, we hebben nog nooit zoveel groenten en fruit gegeten op 1 dag.

 

Nu wordt het in ieder geval warmer, zelfs wat broeierig…hopelijk krijgen we gauw weer wat wind. We testen de watermaker uit en tappen ons eerste ‘zelfgemaakte’ water. Het smaakt echt goed.

In de middag ziet Gijs ineens iets langs de boot. Gijs loopt over het achterdek om te kijken naar de walvis, nee dat is het niet, er steekt een rare grote flap boven water en het blijkt een hele grote Mola Mola te zijn. Hij is wel zo’n 3 meter! Het is niet echt Moeders mooiste, maar geweldig wat een vis! Snel verdwijnt ‘ie naar de diepte. In het ‘visboek’ zoeken we ‘m nog op (andere naam is kopvis en als ze 3 meter zijn wegen ze wel zo’n 1500 kg. Niet echt een visje om aan de haak te krijgen dus).

 

Veel langer dan gedacht blijven we in San Sebastian op La Gomera. Ten eerste bijkomen van Delta en wat grote klussen doen voordat we aan de grote oversteek beginnen, maar ten tweede is het er ook erg leuk en gezellig. Moeilijk om weg te komen met al die ”bootjesmensen“ om je heen die dezelfde plannen hebben. We zoeken een smid om mastbeslag te maken voor de tweede spinnakerboom op de mast en dat lukt gelukkig snel. De watermaker wordt door Gijs geďnstalleerd, maar helaas kunnen we die in de haven niet testen, daar is het water te vies.Als we de laatste inkopen hebben gedaan van verse groenten en fruit is het zover.

 

Op 13 december gooien we de trossen ’s middags los om koers te zetten naar het eiland Sal op de Kaap Verden. We hebben d’r weer zin in, na 19 dagen op la Gomera!De weersvoorspelling is NE 4-5 Bft, bij de eilanden iets meer.

 

We vetrekken met niet al te veel wind, maar wel een flinke zeegang. Het is niet echt relaxt na zo’n 19 dagen in de haven te hebben gelegen! ’s Nachts hebben we veel wind en fikse zeeën en zeilen we met een dubbel gereefd grootzeil en 2/3 genua. Diezelfde nacht gaan we even erg schuin door een grote golf, hoewel, het leek eerder een groot gat… Wel zijn er 2 inktvisjes aan dek gespoeld, maar ja wat moet je daarmee? De volgende ochtend staan er zo’n 15 knoopjes wind en we zeilen voor het eerst met de passaatzeilen. (voor het eerst, omdat nu pas het beslag voor de 2e boom op de mast zit). Dit vaart echt heerlijk! De boot stuurt min of meer zichzelf, zodat onze windvaan ook ‘een vrije dag’ heeft. Na 24 uur hebben we bijna 160 mijl afgelegd, fantastisch!

Merak bevalt het voor de wind varen trouwens ook erg goed, want dan kan hij zich tenminste normaal bewegen aan boord. Toch staat ‘ie af en toe op het achterdek te turen naar land, maar ja, dat zal (helaas voor hem) nog even duren.

 

 

De tweede nacht is helder met een mooie volle maan (het wordt echt niet donker!), we hebben weinig wind, maar maken toch nog goede voortgang. In de ochtend neemt de wind weer toe en zetten we de bezaan, groot (1rif) en genua. Geen rare zeegang, de boot loopt lekker, de windvaan doet het goed en we vermaken ons prima.

Vandaag zijn we ook officieel in de tropen! We hebben namelijk de Kreeftskeerkring gepasseerd. Hoewel, tropen? We zitten in de kuip met lange broek+ fleece: het zal de tropenkolder wel zijn! Gijs kookt een lekker maaltje en we kijken samen naar de mooie zonsondergang.

In de derde nacht zeilen we halve wind en krijgen we een schooltje dolfijnen langs de boot, geweldig leuk. Helaas is in de ochtend de wind op en varen we een tijd op de motor. We maken er een gezellig warm dagje van. Een fruitdagje kun je wel zeggen, want alles wat we hebben gekocht wordt in 1 keer rijp. Echt, we hebben nog nooit zoveel groenten en fruit gegeten op 1 dag.

 

Nu wordt het in ieder geval warmer, zelfs wat broeierig…hopelijk krijgen we gauw weer wat wind. We testen de watermaker uit en tappen ons eerste ‘zelfgemaakte’ water. Het smaakt echt goed.

In de middag ziet Gijs ineens iets langs de boot. Gijs loopt over het achterdek om te kijken naar de walvis, nee dat is het niet, er steekt een rare grote flap boven water en het blijkt een hele grote Mola Mola te zijn. Hij is wel zo’n 3 meter! Het is niet echt Moeders mooiste, maar geweldig wat een vis! Snel verdwijnt ‘ie naar de diepte. In het ‘visboek’ zoeken we ‘m nog op (andere naam is kopvis en als ze 3 meter zijn wegen ze wel zo’n 1500 kg. Niet echt een visje om aan de haak te krijgen dus).

 

 

Pas aan het begin van de ochtend kunnen we weer onder zeil, als we de passaatwind oppikken. Het wordt een echte 'zeilklooi'- dag. We moeten vaak van zeil wisselen door de kleine squalls en onweersbuien. Verder wordt het een knutseldagje (kleine reparaties en zo). Als we de zeilen weer wisselen voor de nacht (de halfwinder gaat eraf, want het is erg onbestendig weer) en daardoor langzamer varen, hebben we ineens beet. We gaan een heel gevecht aan om de vis binnen te krijgen en met z’n tweeën lukt het uiteindelijk. Het is een lelijke 90 cm lange barracuda denken we. We zijn benieuwd of 'ie smaakt!

We gaan de nacht in met onze passaatzeilen en varen nu zo'n 4-4,5 knoop. Er staat veel deining en de volgende dag (dag 5) is het een broeierig warm dagje met helaas weinig wind. We varen grotendeels met de halfwinder en gaan amper 4 knoopjes. Maar Sal is niet ver meer, nog maar 69 mijl te gaan.

Oh, ja de barracuda heeft de pan gehaald, hij smaakte prima, maar het is een echt gratenpakhuis! Volgende keer vangen we hopelijk een dorade of tonijn. Er hangt weer een lijntje uit, dus wie weet..

 

Eind van de middag neemt de wind toe tot af en toe zo’n 25 knopen en zeilen we heerlijk met onze passaatzeilen. Prima vaartje (tussen de 5,5 en 7 knopen). Op 19-12 's ochtends zeilen we de baai van Palmeira (eiland Sal) in, begeleid door dolfijnen (wat een welkom!). We hebben veel wind gehad, weinig wind, geen wind en toch mooi 799 mijl afgelegd in 5 dagen en 21 uur.

 

Hans en Anja van de Fiddlesticks komen ons met de dinghy al tegemoet gevaren als we voor anker gaan in de baai. Wat een geweldig leuk weerzien!!

 

 

 

Sal is een droog en kaal eiland, vlak met hier en daar een bultje en bedekt met rood zand. Dat van dat rode zand hebben we geweten ook! We maken op Sal onze eerste zandstorm mee. De lijnen, vallen, scepters, de verstaging en ook ons dek zijn allemaal rood gekleurd van het zand. We zitten binnen, te wachten totdat het voorbij is.Het wordt ook steeds droger op de Kaap Verden, omdat de Sahel zich uitbreidt en daardoor de passaatwinden geen regen meer aanvoeren. Water is dan ook erg schaars op de Kaap Verden en komt meestal van ontziltingsinstallaties. Het blijkt dat Sal langzamerhand een vakantiebestemming wordt en we horen van enkelen, dat ze niet blij zijn met deze holiday-resorts die overal worden gebouwd. Meestal zijn ze in handen van Italianen. Ze kopen de grond van de lokale overheid, bouwen het vakantieoord met eigen mensen en runnen het met Italiaans personeel. Er werkt geen enkele Kaap Verdiaan.

 

Samen met Anja en Hans gaan we een dagje op pad en bezoeken Palmeira, Espargos en Santa Maria. Het is leuk, een totaal andere cultuur en andere mensen dan in Europa of op de Canarische eilanden. Er hangt een heerlijke relaxte sfeer en de bevolking is erg vriendelijk. Op Sal wonen veel Creolen en Senegalezen. De mensen zijn mooi, lang en statig. Vooral de vrouwen. Zij lopen echt kaarsrecht.  Als ze water halen of andere dingen, dragen ze het op hun hoofd. Jerrycans van 25 liter of een mud uien, ze draaien er hun hand (hoofd?) niet voor om. We proberen maar niet om het na te doen…..

 

Het water in de ankerbaai is erg helder en we zwemmen bijna iedere dag. In de buurt van onze boot woont een grote papagaaivis, die we iedere dag zien. Ook komt er vaak een schildpad (het symbool van de Kaap Verden) langs gezwommen. We maken van de zwempartijen overigens ook maar gebruik om ons onderwaterschip schoon te maken.

 

 

 

Met de 4 Nederlandse boten die nu in de baai liggen (Hans en Anja van de Fiddelsticks / Petra en Jan Willem van de Witte Raaf, Paul en Paula van de Mijdspijt en wijzelf) besluiten we gezamenlijk de Kerst te vieren. Iedereen maakt wat klaar en de vis en het vlees wordt lekker gebarbecued. Bij ons aan boord, want wij hebben een groot achterdek wat daarvoor volgens ”de barbecuers“ (Hans en Jan Willem) uitermate geschikt voor is. Hans zegt ’s avonds dat ‘ie ook zo’n achterdek wil. Als een uur later de kip als een fakkel brand op de barbecue op ons achterdek, vlak bij onze bakstagen en we met een halve stap onderweg zijn naar de brandblusser, wilden we dat ‘ie al zo’n dek had ……..(Ja, ja…2e keer Hans! Funchal zijn we ook nog niet vergeten, haha). Maar, zonder gekheid, we genieten allemaal van een gezellig en luxe Kerstdiner met vis en vleesspiezen, heerlijke salades en Kaap Verdiaanse wijn en een sinasappel-rumdessert. Veel te veel eten dus, maar dat mag de pret niet drukken, want we vermaken ons prima!

 

 

 

Na de Kerst vertrekken we met de Fiddlesticks en de Witte Raaf naar Sao Nicolao. Een dagtochtje van een kleine 100 mijl, zullen we maar zeggen. We vetrekken om 17.00 uur ’s middags. Eerst is er niet al te veel wind. Het zal toch geen motortochtje worden. Gelukkig niet, de weersvoorspellingen komen uit! We varen lang met vol tuig en de boot loopt als een speer. Heerlijk! Tegen dat het langzaam licht wordt moeten we flink reven, want de wind neemt behoorlijk toe. Vooral als we bij het eiland Sao Nicolao, bij Tarrafal waar we voor anker willen, komen krijgen we harde valwinden over ons heen. Om 08.00 uur ’s ochtends gaan we er voor anker.

 

 

 

 

 

 

Zoals in de pilot staat kan het hard waaien in de baai, door de windversnellingen die langs de grote rotswanden ontstaan. We maken zelfs een middagje mee aan boord dat het tussen de 40 en 50 knopen waait. En weer zijn we reuze blij met ons nieuwe anker! (we hebben een grote Spade).Tot nu toe zijn we 2 keer van ons anker gegaan: een keer op Fuerte Ventura omdat een Engelsman het anker eruit trok door met zijn anker uit door de baai te varen en een paar dagen later hier in Tarrafal. Een Duits schip gooit zijn anker overboord met veel ketting en vaart in volle vaart achteruit in afwachting totdat zijn anker pakt. Tja, we lagen al een week als een huis hier, maar op deze windstille dag presteert een ander het om ons anker eruit te trekken. Als wij verkassen heeft ‘ie het door en komt het goedmaken met een (heftig) Caribisch drankje en een fles wijn.

 

 

 

 

Sao Nicolao is een prachtig eiland. We trekken per pick-up over het eiland, met Henny Kusters als gids. Henny is een Nederlands/Oostenrijkse man en is het aanspreekpunt voor alle TransOcean-zeilers. (Maar voor ons is ie ook aanspreekbaar, zegt ie!). Hij is voormalig zeiler en woont al 7 jaar op Sao Nicolao, runt ook nog een klein pension aan huis. Hij helpt een aantal jongelui, leidt ze op tot bijv. kok, of betaalt hun schoolgeld als de ouders te arm zijn, in de hoop dat ze zelf later aan het werk kunnen.

 

Helaas heeft Henny die dag een fikse oorontsteking, maar hij wil toch graag zelf mee om ons het eiland te laten zien.

Tijdens onze rondrit zien we hoge bergen en een heel afwisselend landschap. Kaal, dor, maanlandschappen, gebergtes en valleien zoals in de Dolomieten, hoger gelegen gebieden zijn groen, met mooie vegetatie en het is eigenlijk heel bijzonder dat al deze verschillende landschappen zich op 1 klein eiland bevinden.

 

Tussen de middag eten we een echt Kaap Verdiaans maal. Een bonen/mais schotel met spekjes en uien en gebakken vis. (De gebakken vis is er voor ons, want dat kan het gros van de mensen zelf niet betalen). In verhouding met Sal is Sao Nicolao overigens erg arm. ’s Avonds eten we bij Henny een heel ander maal. Een van de jongens die hij als kok opgeleid heeft, heeft een viergangen diner gekookt. Het is allemaal erg lekker, maar wel veel als je tussen de middag al een keer warm gegeten hebt!Oud en nieuw, tevens Paula’s verjaardag, vieren we met Hans en Anja (Fiddelsticks) en Jan Willem en Petra (Witte Raaf) bij ons aan boord. We koken een ‘oer-Hollands’ (nou ja) maal – nasi met saté en toebehoren- en brengen een gezellig avondje door. De oliebollen en andere bekende oudejaarslekkernijen die er niet zijn, komen overigens ook ter sprake! ’s Avonds draaien we nog even het liedje dat op ons afscheid in de Viking is gezongen: ‘ we drinken op al onze vrienden, die er nu niet zijn’. (En beste mensen, we hebben op jullie allemaal geproost!). In Tarrafal zelf vinden we het erg stil. Er worden een 3 tal vuurpijlen afgestoken, maar verder (horen we achteraf van Henny) is Oud en Nieuw toch iets dat de mensen binnenshuis vieren. In Tarrafal proberen we ons uit te klaren, maar dat lukt nog niet. De wetgeving is wel aangepast, zodat op ieder eiland in- en uitgeklaard kan worden, maar dat gaat pas in juli 2006. Helaas, maar dan maar naar Mindelo op Sao Vicente voor het uitklaren.

 

Op 6 januari varen we met de Fiddlesticks weg uit de baai om naar Mindelo te gaan (45 mijl). We gaan met een rif in het grootzeil en de genua uitgerold. Na 1 ˝ uur keren we om. Voorbij het eiland staan hoge golven en hebben we 35-40 knopen wind tegen. Daar hebben we geen trek in! Als we richting Tarrafal terugvaren komt er een grote school dolfijnen bij de boot. Ze springen ui het water en 1 dolfijn maakt een salto achterover. Prachtig wat een mooi gezicht!

 

En daar liggen we dan weer, 3 uur na vertrek, op dezelfde ankerplek.

 

Op 9 januari met voorspelling NO 3-5 Bft varen we uit. Het is perfect zeilweer en we hebben een schitterende tocht. Als we om de Noordkant van het eiland varen, zeilen we (dichtgereefd vanwege de windversnelling in dit kanaal) vlak langs de rotswanden. Prachtig! We moeten denken aan kapitein Haddock en Kuifje (Kuifje en de Zwarte Rotsen). We zeilen tussen de rotswanden en een rotsbultje door de baai in. Het is hier mooi en ziet er gezellig uit!

Mindelo is modern. De wegen zijn bestraat of geasfalteerd. Er zijn veel winkels, café’s, een grote groente- en fruitmarkt (zoals in Funchal-Madeira); je kunt er echt alles kopen (zelfs pindakaas en Nederlandse koffie). Er is een universiteit, een nieuw mooi aangelegd stadsdeel met een winkelcentrum en kantoorflat. Echt totaal anders dan Sao Nicolao of Sal.

De club Nautique van Mindelo is ook erg leuk en we eten er met Hans en Anja een keer een lekker maal.

 

We willen hier een paar dagen blijven en dan door naar Natal in Brazilië.Een paar dagen worden er meer, want de weersvoorspellingen zijn te ongunstig. Veel te veel wind en kruiszeeën.

We hopen om in de week van de 15e te vertrekken. Helaas moeten we dan ook afscheid nemen van Anja en Hans. Zij gaan naar de Carieb en wij gaan naar Brazilië. We hebben het erg gezellig en leuk gehad met elkaar en hopen ze op onze reis weer ergens tegen te komen!We hebben echt heel veel zin in de oversteek en zijn benieuwd hoe we het vinden en ervaren. Het is naar Natal ‘maar 1500 mijl’ dus nog geen 2x de afstand van La Gomera-Sal. Maar daarover in het volgende verslag meer!

 

Onze dagposities tijdens de oversteek zijn op de site te volgen

 

 

© Sortilčge - 2005

Website Building Software: