
|
|
Mei 2005
Op 3 mei vertrekken we vanuit Natal naar Fortaleza in het Noorden van Brazilië. Een mooie tussenstop, voordat we doorgaan naar Frans Guyana. Wisselvallig weer, veel buien en ontzettend veel vissersboten. De vissersboten zijn vaak onverlicht en als je in de buurt bent wordt er een lampje aan gedaan. Het blijft turen. De laatste 4 uur voor het licht wordt tellen we er 56!
Als we Fortaleza naderen komt de regen met bakken naar beneden. We kunnen de pieren niet zin en varen op de radar binnen. Het is even zoeken naar de marina, want we hebben geen pilot (gids waar Fortaleza in staat). We wachten tot het iets minder hard regent en ontdekken mastjes! Marina gevonden.
De marina is er nog niet zo lang, maar verdient geen schoonheidsprijs. Lelijke grijze metalen drijvende pontons en de elektriciteit is wel heel bijzonder hier. Als je stroom wilt, knippen ze een draadje voor je door en knopen je stroomkabel (mogen we de stekker eraf knippen meneer?), vaak nog zonder kroonsteentje (gewoon wat draadjes om elkaar heen draaien)aan elkaar. Afdekken? Ho maar, gewoon in de stromende regen laten liggen en afwachten wat er gebeurt. (We hebben het zelf maar even waterdicht ingepakt).
We doen in Fortaleza onze laatste boodschappen. Veel voorraad, want in Frans Guyana is het duur hebben we gehoord.
De laatste avond in Fortaleza brengen we met Joke en Louis (Archimedes) door bij John en Diana (Dream), die ons heerlijke biefstuk voorschotelt!
13 mei, vertrek naar Iles du Salut
Op 13 mei varen we uit. Lekker briesje, zonnetje : wat wil de mens nog meer? Het wordt een tocht van 1040 mijl, waar we 7 dagen en 5 uur over doen. Gelukkig alles onder zeil, zonder geronk van de motor. ’s Avonds een mooie heldere maan, dus is het zicht uitstekend.
Onderweg hebben we wel veel squalls (veel wind en harde regen).
Helaas wordt Gijs ziek, een griepje, en voelt hij zich niet echt lekker. ’s Avonds ook koorts, dus vroeg naar bed en flink wat anti-griepine slikken. Extra uren slaap doen hem gelukkig veel goed.
De zeegang is niet altijd even plezierig en de boot schommelt flink. Als de wind minder wordt zetten we een paar dagen later toch maar de spi. Het gaat prima en we lopen zo’n 5 knopen. Het zag er niet naar uit, maar uit de egaal grijze lucht krijgen we een fikse bui met wind, de spi-val breekt en de spinnaker ligt over de boegspriet en onder de boot. De autopilot (die via de windvaan stuurt) geeft een piepsignaal en de pin blijkt uitgebroken te zijn. Paula schakelt de autopilot buiten werking en Gijs snelt naar het voordek. Ondertussen slaat 1 van de grootzeillatten vast achter de verstaging, en daar worden we ook niet echt vrolijk van. Eerst maar de spi aan dek zien te krijgen. Natuurlijk waait het dan net ‘de stront van de dijken’, maar eruit moet ‘ie, anders blijft er niets van over. Gijs voelt zich nog behoorlijk ziek, maar het lukt gelukkig toch binnen een half uur om de spinnaker aan dek en in de zak te krijgen en de schoten en gebroken val binnen boord te halen. Tsja en dan het grootzeil nog. We proberen eerst het zeil iets te laten zakken om wat meer speelruimte te hebben om het zeil te bewegen en de lat achter het stag uit te krijgen. Helaas niet echt een goed idee, want nu zit ‘ie muurvast. Het andere plannetje werkt wel. Terwijl we gijpen hijsen we snel het zeil en door de kracht van de wind op het zeil, komt de lat los. We halen het zeil naar beneden om de schade te bekijken. Het bovenste sleetje is gebroken, maar verder is alles nog heel. We zetten het grootzeil weer en moeten nu nog voorzeilen zetten. Het is nu droog en er staat een zonnetje dat langzaam ondergaat.
We zitten op het voordek even bij te komen en kijken naar de zonsondergang. Ineens is er een grote school dolfijnen bij de boot. Ze duiken aan alle kanten op, maken salto’s en spelen om de boeg. Prachtig, dat maakt de dag weer goed! Ook Merak vindt het geweldig en rent van voor naar achter om ze te volgen.
Na een uurtje zetten we de 2 passaatzeiltjes en halen het grootzeil eraf. We zetten de windvaan erop en de boot stuurt zichzelf moeiteloos. Rust. En we slapen die nacht goed, want zelfs in de squalls doen onze passaatzeilen het perfect.
In ieder geval hebben we weer wat te vertellen tijdens ons dagelijks SSB-klets-uurtje met Dream/Drifter en Ukelele lady.
In de buurt van de Amazone delta horen we om een uur of 4 ineens een flinke klap. Wat? Stag gebroken of….. We kunnen niets vinden, kijken in de bilge maar geen water. Misschien een boomstammetje of wat anders, wat tegen onze boot gekomen is. Alles is heel, erg is geen water in de boot en na verloop van tijd zetten we het van ons af.
’s Nacht wordt Paula ziek, hetzelfde als Gijs. Grieperig, spierpijn, koorts. Gijs neemt de eerste wacht en laat Paula 6 uur slapen. ’s Nachts worden we opgeroepen door een groot vrachtschip. Ze komen uit Paramaribo en zijn onderweg naar Victoria om suiker te laden. Als ze merken dat we een Nederlands jacht zijn, wordt er meteen in het Nederlands overgegaan. Leuk om zo even te kletsen. Ze zijn die ochtend een grote ontwortelde boom tegen gekomen, die nog zeker 3 meter hoog uit het water stak! Die hopen we niet tegen te komen; die klap met het boomstammetje van ons vonden we al genoeg!
Verder verloopt de tocht prima, we knappen allebei aardig op en maken goede vaart, doordat we de Guyana stroming oppikken. We hebben zo’n 2-3,5 knoop stroom mee en lopen af en toe 9,5 knoop. Als we de evenaar passeren, hebben we nog even een gesprekje met Neptunes en bedanken hem maar, dat ‘ie zich van zijn beste kant heeft laten zien.
Behalve bij Kaap Orange, waar een vervelende golfslag staat is de zeegang en de wind verder prima. Wel zo nu en dan een squall, maar het is het regenseizoen!
Op 20 mei hebben we de Iles du Salut in zicht. Het is een droge dag, maar heiig. De stroom zet ons zover weg, dat we de eilanden zowat missen! Ze zijn overigens ook erg klein. We halen de passaatzeilen eraf en gaan halve wind varen. Het is even zoeken, want onze McSea computerkaart blijkt er dit keer behoorlijk naast te zitten. Om 15.30 uur lokale tijd, gaan we na 1040 mijl voor anker bij Ile Royale.
Het ziet er prachtig groen uit, de zon schijnt en binnen de kortste keren hebben we al een aantal vogels aan boord.
De volgende dag gaan we op verkenning uit. De iles du Salut zijn voormalige strafkolonies, waar onder andere Dreyfuss en Papillon gevangen hebben gezeten. Iles du Diable (Devils island) was voor de politieke gevangen ; ile Royal voor de ‘normale criminelen’ en ile Saint Joseph voor de moordenaars e.d.. Het eiland Ile Royale is goed onderhouden en we maken een rondtochtje me een gids over het eiland. Erg interessant om te horen hoe het daar tot 1947 aan toe ging.
Ook zien we er veel agouti’s (een groot knaagdier, wat iets weg heeft van een super grote cavia), grote apen, ara’s en veel vogels. We rusten er lekker uit en vermaken ons er prima.
Op 24 mei vertrekken we met Dream (die een dag na ons zijn aangekomen) naar Kourou, zo’n 6 mijl verder. Kourou is een stad die speciaal gebouwd is voor het Ariane Space-project. Er is niet veel te zien, het zelfs een erg onaantrekkelijke stad en de prijzen zijn Europees (oftwel, gewoon duur!).
We gaan voor anker in de buurt van de marina (mag geen naam hebben, maar er zijn 2 drijvende pontons).
Paula schrijft zich bij een paar uitzendbureaus in voor werk, en we hopen dat het snel gaat lukken.
Het is wel heel leuk, dat we een raketlancering meemaken. Vanuit hier worden satelieten en dergelijke de ruimte in geschoten. 27 mei 18.00 uur: Eerst veel herrie en alles trilt, dan zien we de vlammen en de raket een baan naar het Noorden maken, nog net zichtbaar tussen het beetje blauw in het grote wolkendek! Want dat moet gezegd worde…we dachten in Salvador tropische buien meegemaakt te hebben, maar hier zijn het continu gigantische hoosbuien!
Maar zoals het ook in Nederland is…...na regen komt zonneschijn, haha..
|
| |||||||||||||||||||||||||||